Vanochtend richting Utrecht voor ‘Dé Onderwijsdagen 2009‘. Ruim op tijd aangekomen en samen met collega richting Beatrixgebouw. Tijd voor welkomstceremonie aan de balie en lang een kleine haag poken en folderuitreikers. Daarna koffie en ontmoeting met oud-collega.
Tijdens de opening kwam minister Plasterk als avatar op het scherm. Enthousiast als altijd over Wikiwijs en hij voorzag een toekomst met minder werkdruk voor docenten dankzij de geneugten van de techniek. Mmmm, dat weet ik zo gauw niet. Dat verhaal gaat al zo lang rond en wordt steeds meer een zeer belegen broodje aap.
Maar het was erg leuk gedaan en dan neem je toch meer voor lief. Aan het eind kwam zelfs de onafscheidelijke hoed tevoorschijn.
Richard Baraniuk opende als keynote spreker. Hij leek mij eerst te komen met een open deurenverhaal, maar gaandeweg werd het een steeds beter Open Education verhaal. Creëer, deel, gebruik en hergebruik vrijelijk. Volgens hem de weg die al voor een groot deel gelopen is in de muziek en de nieuwsmedia. Nu is het tijd om het ook te bewandelen binnen het onderwijs. Open Education (OE) houdt in dat tal van personen en instellingen onderwijsmateriaal genereren die vrij beschikbaar gemaakt wordt voor iedereen onder de juiste licenties (Creative Commons).
Hij had er al enkele vergaande voorbeelden van. In Vietnam wordt OE gebruikt in de ontwikkeling van het curriculum van 40 universiteiten. Zuid-Afrika zet OE in voor de ontwikkleing van het K-12 curriculum (basisonderwijs). De organisatie ‘Connexions‘ speelt hierbij een zeer grote rol.
Het businessmodel dat hij ziet achter deze ontwikkeling is vergelijkbaar, volgens Baraniuk, met het model achter Linux. Gratis voor de massa, maar door slimme extra oplossingen en services aan de randen wordt het een goed verkoopbaar product voor bedrijven (denk aan Redhat).
De sessie die ik daarna volgde sloot eigenlijk naadloos aan bij het bovenstaande verhaal. H∅jsholt-Poulsen (sorry, de O met het streepje erdoor komt niet zo goed over) gaf met brede streken een beeld van de inspanningen binnen Europa om goede repositories voor het onderwijs op te zetten. EdReNe (Educationa Repositories Network) is hier de centrale spil. Wat een groot probleem blijkt, is de lage bereidheid van docenten om daadwerkelijk te werken met materiaal dat geput kan worden uit repositories. Onbekendheid is hierbij een belangrijke factor. Onbekendheid met werken met andersoortig materiaal dan boeken. Maar ook onbekendheid met repositories. De simpele actie in Denmarken om advertenties te plaasten om de nationale onderwijs repositorie te promoten, bracht het gebruik al omhoog.
Leuk dat KlasCement van onze zuiderburen nog genoemd werd. Een goed voorbeeld. Gedragen door enthousiaste docenten.
Het Ontwikkelcentrum zag ik vervolgens hun Contentcatalogus presenteren. Een portal met veel onderwijsmateriaal voor m.n. het VMBO. Gemaakt door uitgevers, maar ook door docenten. Alles gemetadateerd en voorzien van een stempel van goedkeuring. Eenvoudig en handig. De output van gearrangeerd leermateriaal was een mooie webpagina, door de docent nog zelf te voorzien van kopteksten en andere aanvullende teksten en bestanden. Mooi, ….. maar wel erg dichtgetimmerd en ver van het OE idee dat ik ook graag zou willen zien.
Blikken op de ‘huidige’ en zeer nabije toekomst mocht ik werpen bij twee afzonderlijke sessies. De ene over Augmented Reality (zeer nabije toekomst) en de andere over Mobile learning (‘huidige’ toekomst). Nog veel oh en ah gehalte bij Augmented Reality. Het ís mooi. Maar nu nog de mogelijke en dus eenvoudige inzet in het onderwijs. Het was goed te horen dat Kennisnet en SURFnet de handen ineen hebben geslagen om een soort Wikitude of Layar (twee applicaties waarmee je nu op smartphones kennsis kunt maken met Augmented Reality) voor het onderwijs te gaan ontwikkelen.
Een voorbeeld van toepassn van Mobile learning was al goed te zien op Dé Onderwijsdagen zelf, er werd flink getwitterd. Met #owd09 is het goed te volgen.




Pingback: De Onderwijsdagen 2009: een korte impressie